Onze klantenservice is gesloten

072 20 20 057

winkelwagen
0
item(s)

U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.

shipping icon
Gratis verzending. Bij uw bestelling vanaf €50,-
retour icon
Altijd gratis retour. 30 dagen bedenktijd
shipping icon
Klantenservice. Ma. t/m Vr. van 09:00 tot 20:00 uur

Mensen met diabetes type 1 moeten elke dag, vaak meerdere keren per dag, hun bloedsuikergehalte meten en insuline spuiten.
Men kan geen hap eten zonder te berekenen hoeveel insuline ervoor nodig is. Deze ingrijpende behandeling herhaalt zich dag in, dag uit.

Benodigdheden voor het injecteren van insuline met een insulinepen

Voorbereiding insuline injecteren

  1. Meet eerst de glucosewaarde van uw bloed met behulp van uw bloedglucosemeter
  2. Bepaal aan de hand van de uitkomst hoeveel insuline u moet toedienen
  3. Volg de instructies van uw insulinepen op.
  4. Verwijder de dop van de pen. Indien er een nieuw patroon nodig is, draai dan de patroonhouder los. Plaats een insulinepatroon in de houder en bevestig deze weer op de pen.
  5. Er zijn verschillende soorten insuline. Bij troebele insuline kantelt of rolt u de pen 20 keer voorzichtig tussen uw handen. Tot de oplossing melkachtig wit wordt.
  6. Gebruik voor elke injectie een nieuwe pennaald. Plaats de naald net voor de injectie op de pen. Verwijder eerst de buitenste dop van de naald en vervolgens de binnendop.
  7. Controleer vóór elke injectie of de pen werkt en of er geen luchtbelletjes in zitten. Stel 2 eenheden in. Richt de pen naar boven en druk langzaam op de injectieknop. Bovenaan de naald moet een druppel insuline verschijnen. Zo niet, dan stelt u de pen nogmaals in en drukt u weer op de injectieknop totdat u een druppel insuline ziet verschijnen.
  8. Stel de gewenste dosis insuline in
  9. De pen is klaar voor gebruik.

Injectiegebied voor het injecteren van insuline

Insuline kunt u in de buik of bovenbenen injecteren. Bij voorkeur injecteert men kortwerkende insuline in de buik, omdat dat gebied een snelle resorptie heeft. Langwerkende insuline injecteert men bij voorkeur in een bovenbeen, omdat dat gebied een trage resorptie heeft. Let op bij injecteren in de buik: niet rond de navel en niet teveel aan de zijkant. Tot aan de ribbenboog.

Het is noodzakelijk om te wisselen binnen het injectiegebied om verdikkingen (lipodystrofie) te voorkomen. Bij een verdikking mag u 6 tot 12 maanden niet injecteren in dat gebied.

Injectietechniek voor het injecteren van insuline

Insuline wordt doorgaans subcutaan met loodrechttechniek geïnjecteerd. Het is ook mogelijk om de huidplooitechniek toe te passen, maar dit heeft zelden de voorkeur.
Uw (huis)arts kan u hierin adviseren.

Het toedienen van de insuline

Tijdens de voorbereiding heeft u de insulinepen reeds gereed gemaakt. Omdat de loodrechttechniek het meest wordt toegepast, gebruiken wij die techniek als voorbeeld.

  1. Bepaal het injectiegebied
  2. Terwijl u de huid met uw ene hand strak houdt, steekt u de naald met uw andere hand recht in uw huid. De snelheid waarmee u dat doet, bepaalt u zelf.
  3. Druk de spuitknop langzaam in tot deze blokkeert. Verander de stand van de pen niet.
  4. Controleer of de pen weer op 0 staat, zodat u zeker weet dat de volledige dosis is toegediend.
  5. Om teruglekken te voorkomen, wacht u 10 seconden met het terugtrekken van de naald.
  6. Verwijder de naald en deponeer deze in een naaldencontainer

web-monitoring-ok